Er bestaan twee soorten extracorporele circulaties: Een om het longfalen te compenserenvan, de ander om het hele hart-long systeem te compenseren.
In het eerste geval wordt de extracorporele circulatie gebruikt bij patiënten voor wie kunstmatige beademing via intubatie en een beademingsapparaat niet voldoende is om het bloed goed te oxideren.
Twee zeer grote katheters (ook wel canules genoemd) worden dan in grote aders van de patiënt geplaatst (vaak in de lies),. Het bloed wordt afgezogen met behulp van een pomp en gaat door een oxygenatie- en decarboxylatiemembraan (het koolstofdioxide wordt hierin gezuiverd).
Het tweede geval wordt gebruikt in geval van ernstige hartfalen, of zelfs hart-long-falen. De hartfunctie wordt vervolgens aangevuld via de pomp van de machine die het hart volledig vervangt, en indien nodig ook de longen.
De ene canule is dan in een slagader en de andere in de ader. ingebracht. Het gebruik van extracorporele circulatie is een uiterst invasieve procedure die veel risico’s met zich meebrengt en mag niet licht worden opgevat.