De beademingsmachine (of ventilator) is een apparaat waarmee patiënten lucht en zuurstof toegediend krijgen dat op hun medische situatie is aangepast, waarbij het volume en de frequentie van de ademteugen worden gereguleerd door de machine. Dit zorgt ervoor dat het zuurstofgehalte in het bloed van de patiënt stabiel en voldoende blijft en dat koolstofdioxide wordt verwijderd. De beademingsmachine ondersteunt de ademhalingsfunctie bij long- en/of hartfalen, maar wordt ook gebruikt wanneer de patiënt in coma is om de longen van de patiënt tegen infecties te beschermen. Hiervoor wordt de patiënt via een intubatiebuis (tube) verbonden met de ventilator. Het plaatsen van deze tube gebeurt altijd met slaapmedicatie en pijnstilling.