Anesthesie is het “verdoven” van iemands sensaties met medicijnen of verdovende gassen (die slaap veroorzaken) en pijnstillers (die pijn onderdrukken). Anesthesie wordt vaak gebruikt in de operatiekamer: de patiënt is volledig “verdoofd”; of lokaal: de verdovende medicijnen worden direct in de zenuwen van het te behandelen gebied geïnjecteerd. Alleen het gebied is dus “verdoofd”: de patiënt blijft bij bewustzijn. De anesthesie in de operatiekamer is voornamelijk bedoeld om de veiligheid van de ingreep te waarborgen door de totale immobilisatie van het gebied en de preventie van pijn. In de intensive care afdeling wordt algemene anesthesie gebruikt wanneer het lichaam te ziek is om de organen goed te laten werken, bijvoorbeeld als de longen of het hart moeten herstellen en rust nodig hebben.
De patënt krijgt dan sterke slaapmedicatie (sedatie), dit is een vorm van anesthesie, en is daardoor tijdelijk “verdoofd”of buiten bewustzijn.